Berichten

Woord van de dag: durf iets ‘stoms’ te doen!

Lezingen van maandag 16 maart: 2 Kon. 5, 1-15a / Ps. 42 (41) / Lc. 4, 24-30

Jezus laat vandaag een kleine ‘bom ontploffen’ in het evangelie: ‘Geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad’. Hij wil daarmee zeggen: ‘Jullie erkennen Mij niet’. Dat klopt. Het was moeilijk, hij was in zijn eigen stad. Tot dan toe was hij gewoon de zoon van de timmerman van het dorp.
Waarom is het moeilijk om Jezus te erkennen, hem te zien? Hij geeft twee voorbeelden. In de tijd van de grote hongersnood werd alleen een weduwe in Sarepta door Elia bezocht. De profeet Elisa geneest slechts één melaatse, de Syriër Naäman. Allebei heidenen, allebei mensen die in nood verkeerden. Zij hadden hulp nodig. Erkennen dat wij zondaars zijn, dat wij God nodig hebben die ons komt verlossen, is de voorwaarde om de Heer te zien, vooral in deze dagen. Interessant hoe Naäman genezen werd (eerste lezing). Hij verwachte een tovertrucje, de koning van Israël zou hem reinigen. Vervolgens verwachtte hij dat profeet ‘zijn hand over de plek strijken en de ziekte ‘zou wegnemen. Nee hoor. De profeet vroeg hem om zich zeven keer in de rivier Jordaan te gaan wassen. Eigenlijk best stom. Waren de rivieren in Syrië dan niet goed genoeg?

Ook ons wordt vandaag gevraagd iets ‘stoms’ te doen. Geen handen schudden, afzien van de tongcommunie, twee meter afstand houden… Vandaag worden de woorden van de dienaren van Naäman ook tot ons gericht: ‘Stel dat de profeet u iets moeilijks opgedragen had, dan hadden jullie het toch ook gedaan? Waarom dan iets makkelijks niet?’. De weduwe uit Sarepta en Naäman hebben geluisterd naar wat hun gezegd werd. Zij gehoorzamen. Dat is het teken dat de Geest Gods in hen werkzaam is.

Gehoorzaamheid en voorzichtigheid kunnen ons op dit moment echt redden. Goede moed! De Heer roept ons vandaag op om ons zevenmaal in de Jordaan te wassen, teken van ons doopsel: de doopvonten hadden in de oudheid zeven trappen die het water ingingen. Laten wij ons doopsel herontdekken. Laten wij weer ontdekken wat het betekent christenen te zijn in deze tijd. Neerdalen met de Heer om met hem te verrijzen! God houdt van ons!
Kapelaan Marco

Een paar woorden over het evangelie van deze zondag, voor al degenen onder u die “dorst hebben”

Een vreemde zondag, en zondag zonder mis voor velen van ons. “Was het echt nodig? Is deze hele zaak van het coronavirus niet opgeblazen?”.  Wij zien onze agenda’s leeg worden, afspraken worden afgezegd. Zullen de scholen al maandag dicht gaan? Misschien gaan wij nog iets afspreken met vrienden, maar met een dubbel gevoel: is dat verstandig? Is dat gevaarlijk? Wij weten al dat de gesprekken één enkel onderwerp zullen hebben. China, Noord-Italië… zal het ook hier zo dramatisch worden?
God heeft in deze moeilijke dagen een blijde Boodschap voor ons!
Lees meer

In de hoop op eeuwig leven

In de Munsterkerk staat het praalgraf van graaf Gerard IV van Gelre en zijn vrouw Margaretha van Brabant. Rond 1230 werden zij hier bijgezet. Het grafelijke echtpaar wilde begraven worden in een kloosterkerk om zo tot in lengte van jaren verzekerd te zijn van de gebeden voor hun zielenrust.

Wellicht overheerste bij gelovigen in vroegere tijden soms de angst om de hemel mis te lopen: vandaag de dag leggen we liever de nadruk op de vreugde van het eeuwig leven.

Het vertrouwen op een leven na de dood vormt de kern van het christelijke geloof. Door zijn verrijzenis belooft Christus dat wij mét Hem zullen leven na ons aardse sterven.

Jezus Christus is zelf uit de dood opgestaan. Niet in symbolische zin – als zou Hij voortleven in de gedachten van den de leerlingen – christenen geloven in de verrijzenis als een historisch feit.

Nu is er wel iets bijzonders aan de hand: de Verrezene gaat door gesloten deuren; Hij verschijnt aan zijn leerlingen maar die herkennen Hem pas als Hij zich bekendmaakt. Maar de verschijningen maken zo’n diepe indruk dat de leerlingen het rondvertellen aan ieder het horen wil. Het geloof in de verrijzenis wordt de kern van de verkondiging.

De mens is niet geschapen voor de dood maar voor het leven. Eeuwig leven. God schept de mens niet om hem uiteindelijk weer in het niets te laten verdwijnen: een mens is voor de eeuwigheid.

Wij blijven Pasen vieren om die goddelijke belofte van eeuwig leven in herinnering te houden. Het Paasfeest wil ons leven met vreugde vervullen, ons kracht geven ook wanneer het leven ons niet toelacht.

Kerst overweging: kleinheid

Miljoenen lichtjes sieren onze steden en huizen. Kerstmis: feest van licht en romantiek. Maar was het 2018 jaar geleden wel zo romantisch, daar in de stal van Bethlehem? Een baby in een voerbak. Een ongehuwde moeder. Een vader die geen biologische vader is. Beesten die toekijken. Herders, het uitschot van de maatschappij, komen op bezoek.

Zo komt Jezus op aarde. Zo wordt God mens. Onooglijk. Miserabel. En even miserabel als zijn leven begint, eindigt het ook: tussen twee rovers aan het kruis. Slavendood.

Kerstmis. God schaart zich aan de kant van de kleinen. En het wonderlijke is dat Hij hun ‘kleinheid’ niet opheft. Hij maakt de kleinen niet ‘groot’ want met ‘grootheid’ heeft God niks. Als je kleinen groot maakt, hebben ze God niet meer nodig en denken ze dat ze alles aan zichzelf te danken hebben. Nee, in Bethlehem verklaart God zich solidair met de kleinen, de armen, de uitgestotenen, met vluchtelingen en asielzoekers, met zieken en gevangenen, met werklozen en ontheemden, met hen die moeten vechten voor het bestaan… Hen durft hij zelfs ‘zalig’ te noemen, zijn kinderen.

Kerstmis: het feest van Gods solidariteit. Feest van de kleinen. En is er niet in het leven van ieder van ons een stukje dat nog ‘verlost’ moet worden? Hebben we niet allemaal ergens een ‘deukje’ dat we proberen ‘glad te strijken’ door onszelf groter voor te doen dat we zijn? Kerstmis. Ook voor jou wordt Hij geboren. Zalig Kerstmis!

R. Merkx, pastoor-deken