Alles onder controle ?

Staat u nog in de rij bij de kassa in de supermarkt? Uw pastoor niet, hoor. En dat komt niet omdat ik mijn boodschappen via internet bestel, o, nee. Boodschappen doen vind ik een van de plezierigste bezigheden. Je komt de meest verschillende mensen tegen, heel vaak parochianen. Huisbezoek zonder afspraak! Maar mensen, uw pastoor staat niet meer in de rij omdat hij een scanner gebruikt. Even het apparaatje richten op het product en ‘bliep’: je kunt precies zien wat je hebt gekocht en hoe duur het is. Maar er zit ook een nadeeltje aan. Bij de kassa wordt met regelmaat een steekproef genomen om te kijken of je wel alles hebt gescand. En ik moet eerlijk toegeven: ik vind het altijd weer spannend. Eén keer had ik iets in mijn tas zitten dat per ongeluk niet was gescand. Dan moet je met je hele handeltje naar een gewone kassa en sta je met een rood hoofd als een betrapte winkeldief.  

Wat ook leuk is: als de gescande prijs van een artikel niet klopt en je meldt het, krijg je het artikel gratis. Nou, dat overkwam mij dus van de week. Een potje jam stond voor € 1,32 in het rek en de scanner gaf € 1,38. Joepie! Natuurlijk vond de kassajuffrouw het niet leuk dat ik meldde dat er iets niet klopte. Ze moet er dan een collega op uitsturen om te controleren of het inderdaad niet klopt en dat houdt allemaal op. Maar ik had gelijk. Potje jam gratis. Maar toen piepte de computer en moest ze een steekproef nemen in mijn tas. Alles was oké. Geslaagd. ‘Wilt u de kassabon meneer?’ ‘Graag’. ‘Zo, nu kunt u contoleren of ik alles goed gedaan heb,’ zei ze lachend. Grappig dat we elkaar aan het controleren waren in een perfecte sfeer. We zagen allebei de noodzaak in van de controle maar vonden het eigenlijk ook belachelijk omdat er een band was van vertrouwen.

Er wordt wat afgecontroleerd in de wereld. En dat is niet altijd leuk. Als we gecontroleerd worden ervaren we dat vaak als vernederend, iemand anders wil de baas over ons spelen. Snelheidscontroles, belastingcontroles, veiligheidscontroles… Een lekker gevoel als je kunt leven zonder bang te zijn dat je door de mand valt bij een controle…. En als je zelf moet controleren: doe het met humor, dan blijf je bescheiden.

Onlangs  stond er iemand opzichtig tegen mijn kerk te plassen. Dan flitst het door je hoofd: ‘Moet ik nu net doen of ik het niet zie? Moet ik boos worden?’ Houd het grappig. ‘Meneer, u plast tegen mijn kerk. Pas op dat hij er niet van af valt!’ Echt: het werkt.

In de hoop op eeuwig leven

In de Munsterkerk staat het praalgraf van graaf Gerard IV van Gelre en zijn vrouw Margaretha van Brabant. Rond 1230 werden zij hier bijgezet. Het grafelijke echtpaar wilde begraven worden in een kloosterkerk om zo tot in lengte van jaren verzekerd te zijn van de gebeden voor hun zielenrust.

Wellicht overheerste bij gelovigen in vroegere tijden soms de angst om de hemel mis te lopen: vandaag de dag leggen we liever de nadruk op de vreugde van het eeuwig leven.

Het vertrouwen op een leven na de dood vormt de kern van het christelijke geloof. Door zijn verrijzenis belooft Christus dat wij mét Hem zullen leven na ons aardse sterven.

Jezus Christus is zelf uit de dood opgestaan. Niet in symbolische zin – als zou Hij voortleven in de gedachten van den de leerlingen – christenen geloven in de verrijzenis als een historisch feit.

Nu is er wel iets bijzonders aan de hand: de Verrezene gaat door gesloten deuren; Hij verschijnt aan zijn leerlingen maar die herkennen Hem pas als Hij zich bekendmaakt. Maar de verschijningen maken zo’n diepe indruk dat de leerlingen het rondvertellen aan ieder het horen wil. Het geloof in de verrijzenis wordt de kern van de verkondiging.

De mens is niet geschapen voor de dood maar voor het leven. Eeuwig leven. God schept de mens niet om hem uiteindelijk weer in het niets te laten verdwijnen: een mens is voor de eeuwigheid.

Wij blijven Pasen vieren om die goddelijke belofte van eeuwig leven in herinnering te houden. Het Paasfeest wil ons leven met vreugde vervullen, ons kracht geven ook wanneer het leven ons niet toelacht.

Hokjesmentaliteit

Ik betrap met er zelf vaak op. Je hebt een bepaald idee over iemand (meestal negatief) en vervolgens ga je ‘selectief waarnemen’. Iemand is een keer onvriendelijk tegen je geweest en bij een volgende ontmoeting zoek je bevestiging van dat beeld. ‘Zie je wel: een onvriendelijk gezicht. Ja, nu aardig doen… het zal wel huichelarij zijn…’ Er is een Nederlands spreekwoord dat deze houding treffend aangeeft: eens een dief, altijd een dief.

Ik moest een keer een uitvaart doen en mij was ter ore gekomen dat een van de kinderen niet graag in de kerk kwam. Op de dag van de uitvaart zat in de eerste kerkbank een man de hele mis dwars in de bank. Mijn ergernis groeide met de minuut. ‘Schandalig om op deze manier te laten blijken dat je het niks vindt.’ In zo’n geval houd je natuurlijk als pastoor je fatsoen en doe je net alsof je niks ziet. Maar intussen… Na de begrafenis liep ik de man tegen het lijf bij de koffietafel. Ik heb al wel geleerd om heel voorzichtig te zijn als ik mensen meen te moeten corrigeren, dus vroeg ik: ‘Het viel me op dat u dwars in de bank zat. Was er iets aan de hand?’ ‘Jazeker’, zei de man ‘Ik kon mijn benen niet kwijt.’ Inderdaad is de eerste bank aan de voorkant dicht getimmerd, zodat je je benen niet kunt uitstrekken. Ik ga daar zelf ook nooit zitten… Ik moest toch nog even doorvragen: ‘Hebt u iets tegen de kerk?’ ‘Wat, hoe komt u daar bij? Ik ben tot mijn 20e misdienaar geweest!’

Toen moest ik denken aan het Bijbelverhaal waarin Jezus voorleest uit de Schriften in de synagoge van zijn vaderstad Nazareth. ‘Luister’, zei Jezus: ‘dit verhaal gaat over mij!’ ‘Wat meent die man zich wel?’, zeiden de toehoorders. ‘Hij is toch de zoon van de timmerman?’ De mensen waren woedend. En dan staat er heel droogjes: ‘Jezus kon daar geen enkel wonder doen.’

Hokjesmentaliteit blokkeert wonderen. Of om het positief te zeggen: als we buiten hokjes durven denken, dan kunnen er wonderen gebeuren.

Misschien zitten wij mensen zo wel een beetje in elkaar: we zoeken bevestiging. Wij nemen selectief waar om zo bij onszelf te kunnen zeggen: ‘Zie je wel, ik had toch gelijk!’ En dat voelt blijkbaar goed. Op het internet geldt: wat er eenmaal over jou op staat, krijg je er nooit meer vanaf. Alles wordt immers gedeeld. In onze relaties zou mogen gelden: we dragen niet na maar wissen af en toe het geheugen. Nieuwe kansen, een nieuwe visie, nieuwe mogelijkheden. Het voelt misschien aanvankelijk een beetje ongemakkelijk maar als we niet toegeven aan de hokjesmentaliteit scheppen we nieuwe kansen van vrede en geluk. Voor onszelf en anderen.

WOORD VAN DE DEKEN: Bij het afscheid van een bisschop

Een bisschop. Directeur van het ‘Kerkbedrijf’? Voorzitter van het bisdom? Bestuurder? Ja, dat hoort er ook allemaal bij. Maar het bisschopsambt in onze kerk zou je meer kunnen vergelijken met het vaderschap in een gezin.

Frans Wiertz: vader van ons bidsom. Vader van de gelovigen, vader van de priesters, Zo heb ik Frans Wiertz mogen kennen: als vader. Lees meer

Advent

Advent betekent: wachten. Wachten op God.
Kunnen we ons daar iets bij voorstellen? We wachten misschien op de Goedheiligman, op Kerstmis, op vrede en gezelligheid, maar wachten op God? Lees meer