Herfst

Het is volop herfst. Je ervaart het aan den lijve. Regen maakt de aarde kaal en kil. De zon verliest haar kracht om te verwarmen en te koesteren. Wind en storm rukken aan alles dat nog vanuit de zomer overeind staat. Veel mensen voelen bij het vallen van de bladeren ook de herfst in hun ziel. Het hoeft niet altijd het vorderen der jaren te zijn. Herfst ervaar je ook als zich, na bloei en geluk, plotseling afbraak en dood aandienen…als we ontdekken dat menselijke verhoudingen kaduuk zijn…als we het zakelijk niet meer weten te redden…als alles ons uit handen wordt geslagen…als je met lege handen staat en je hart ijskoud is…als je je machteloos voelt en alles wat je deed vergeefs en nutteloos lijkt. Denk op zulke momenten aan onze grote Vriend Jezus: hoe Hij vrijwillig een stuk leed aanvaard heeft om anderen te dienen. Zijn lijden en kruisgang opent ons dan de ogen voor wat Liefde-met-een hoofdletter betekent. De Liefde die in iedere situatie en in iedere mens mogelijkheden blijft zien, ook en vooral in de goot. Paulus schrijft: “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan zich voorstellen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben”.

Dit houdt natuurlijk een verwijzing in naar ‘later’. Maar wij kunnen nu al lenteboden zijn in de herfst en winter hier op aarde voor elkaar. Wij katholieken mogen pas spreken over ‘later’ als we eerst ‘hier en nu’ geprobeerd hebben een hemel op aarde waar te maken, hoe gebrekkig ook, hoe moeilijk ook…

En van hieruit kijken we naar Allerheiligen-Allerzielen:

Een bejaarde man woonde op een flatje, dat uitzicht gaf op een enorme stedelijke begraafplaats. Een vriend, die op bezoek kwam, vroeg aan de oude man: “Kerel, hoe houd je het uit met het uitzicht op al die doden?” De oude man antwoordde: “Ik zit niet te kijken naar doden…ik zie lévenden voor me.”

Dat is Allerheiligen en Allerzielen: de Kerk op aarde is verbonden met de Kerk in de hemel. Er is uiteindelijk maar één Kerk: strijdend en triomferend op aarde, lijdend om het nog onverloste in ons, de overwinning vierend in de hemel.

“Voor God zijn de doden levend”, zegt Jezus. Dat heeft ook gevolgen voor onze gebedspraktijk. Als wij bidden, staan wij voor de levende God. Als we bidden staan we naast onze doden. God kan niet naar ons kijken zonder ook hen te zien. Wij mogen hen noemen en hen gedenken voor Zijn aangezicht. Samen met Jezus onze Broeder hebben wij een sterke stem die doordringt tot het hart van de Vader.

“U moet uw man loslaten”, zeggen we tegen de weduwe. Maar als hij leeft voor God, leeft hij ook nog voor haar. Zij mag hem een hand geven in het gebed. Zij mag voor hem bidden: “God, wees voor hem spoedig: eeuwig geluk en vrede”.

Als doden levenden zijn voor God….dan staan zij ook naast ons en zullen zij in de Heilige Geest ook veel te vragen hebben voor ons. Dat is de vreugde van Allerheiligen en Allerzielen: de Gemeenschap van de Heiligen sinds de verrijzenis van Pasen.