Het vormsel

De apostelen waren bijeen in Jeruzalem. "Plotseling kwam er uit de hemel een geluid alsof er een storm opstak. Er verscheen hun iets dat geleek op vuur: het verdeelde zich en kwam op ieder van hen neer. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest"(Hand.2,1-4). Gevolg was dat deze niet ál te dappere mannen plotseling werden bezield met moed en enthousiasme en voor geen doodsgevaar terugschrokken. Zij gingen vanuit Jeruzalem de wereld over om de nieuwe leer en de nieuwe vrijheid te verkondigen. Dit is dezelfde Geest die vandaag na de doop met water aan de dopeling wordt gegeven. Daardoor wordt ook hij als het ware hecht ingebouwd in de gemeenschap van de gelovigen, de kerk.

De christen wordt opgenomen in die beweging om voor Jezus te getuigen, door woord én daad. De afwassing met water en het afroepen van de heilige Geest horen bijeen. Vroeger waren het vooral de priesters en diakens die met water doopten. Daarna begaven de gedoopten zich naar de bisschop die hun de handen oplegden en hen zalfden om hun de gaven van de heilige Geest mee te delen. Later is men ertoe overgegaan die toediening van de heilige Geest los te maken en als een eigen sacrament te beschouwen: het vormsel.

De viering van het vormsel vindt gewoonlijk plaats in de parochiekerk, waar de gelovige gemeenschap samenkomt. De bisschop, die samen met de andere bisschoppen het teken is van de eenheid van de kerk, of zijn gedelegeerde komt het vormsel toedienen. De vormselviering is altijd een feest voor de hele parochie, een verrijking voor de gemeenschap. Dikwijls getuigen gelovigen, dat zij in deze viering op een bijna voelbare wijze de aanwezigheid van Gods Geest ervaren.